8 juli: Maria Amandina (geboren Pauline; roepnaam Plinneke)

De andere zes waren:

Zuster Maria de la Paix (gedoopt Marianna) Giuliani uit Bolsena, Italië;
Zuster Maria Chiara (gedoopt Celina) Nanetti uit Parma, Italië;
Zuster Maria van de H. Nathalia (gedoopt Jeanne-Marie) Guerguin uit St-Brieuc, Bretagne;
Zuster Maria van St-Just (gedoopt Anna) Moreau uit Nantes, Frankrijk;
Zuster Marie-Adolphine (gedoopt Anna Catharina; roepnaam Kaatje) Dierckx uit Ossendrecht, Nederland, 33 jaar;
Zuster Maria Amandina (gedoopt Paulina Jeuris, roepnaam Plinneke) uit Schakkebroek, België; 27 jaar.

In het najaar van 1898 scheepten zij zich in onder leiding van de Italiaanse bisschop Mgr Fogolla. Op 15 april 1899 arriveerde het gezelschap te Sjanghai. Uiteindelijk bereikte men op de 4e mei de plaats van bestemming, Tai-nien-fou, de hoofdstad van de Chansi-provincie. De zusters openden een apotheekje en brachten een vervallen weeshuis weer op orde.
Aan de rust kwam een einde, toen er een nieuwe gouverneur werd benoemd. Hij verbrak de goede betrekkingen met de Europeanen en haalde de Boksers naar zijn gebied. Dezen begonnen onmiddellijk met hun stemmingmakerij tegen de vreemdelingen en al gauw was een niet-Chinees niet meer veilig op straat. Het weeshuis van de zusters werd ontruimd. De weeskinderen bracht men elders onder met het oog op hun 'wederopvoeding'. Niet lang daarna kreeg de plaatselijke bisschop, Mgr Grassi, een brief van de gouverneur dat de Europeanen overgebracht zouden worden naar een veiliger oord. In één van de daarop volgende nachten werden de zeven zusters op transport gezet, tezamen met de beide bisschoppen, enige paters en broeders en nog vijftien meisjes. Zij allen hebben zich heel duidelijk gerealiseerd wat hun te wachten stond. Terwijl de gevangenen binnen hun gebeden deden en elkaar moed inspraken, klonk buiten almaar dreigender de roep van de massa: "Dood aan de Europeanen!" Op 9 juli van het jaar 1900 was het zover. Soldaten drongen naar binnen, bonden de gevangenen aan handen en voeten en sleepten ze naar buiten om ze door de straten van de stad te sleuren onder gehuil, gejoel en getreiter van het volk. Zo werden ze voorgeleid aan de gouverneur. Mgr Fogolla zei hem nog: "Wees bedacht op uw heil: als u ons doodt, zal dat niet ongestraft blijven!" Daarop raakte de gouverneur buiten zinnen van woede. Hij schreeuwde dat ze allemaal doodgeslagen moesten worden; nu! Dat gebeurde. De soldaten begonnen in het wilde weg op de gevangenen in te slaan en lieten er niet één in leven.

Amandina wordt aangeroepen door moeders die voor hun kinderen goede raad en geluk willen verkrijgen.