1 september: H. Aegidius

Geschiedenis (vervolg)

In de maand Augustus trok koning Wamba na de verovering van de Zuid-Franse stad Maguelonne op om een beleg te slaan rond de stad Nîmes.
Een middeleeuwse geschiedschrijver weet te vertellen dat daar in de buurt een vreemdeling woonde die in een visoen had gezien hoe de stad gespaard zou blijven, omdat de bevelhebber van het leger een gelovig man was. Zou dat Aegidius geweest zijn? Hij was inderdaad een vreemdeling en leidde zo'n heilig leven dat het niet vreemd is - zeker niet in die tijd - dat hij voorspellende gebedsvisioenen had.
Het kan ook zijn dat de ontmoeting tussen Aegidius en koning Wamba plaatsvond in de maand september. Immers Wamba had een gedeelte van zijn leger vooruitgestuurd om Nîmes te veroveren. Toen Nîmes eenmaal genomen was, is hij er pas naartoe gegaan. In afwachting van zijn opmars kan hij tijdens de jacht op Aegidius gestoten zijn, zoals de legende vertelt.
Hoe dan ook, in 673, 674 stond koning Wamba hem het hele gebied af om er een klooster op te vestigen. Het werd toegewijd aan Sint Petrus en al vlug stroomde het vol met nieuwe monniken. In 684 maakte paus Benedictus II het St-Petrusklooster exempt; dat wil zeggen dat het niet onder gehoorzaamheid viel van de plaatselijke bisschop. De bisschop kon zich er dus niet bemoeien met de interne gang van zaken. Bovendien schonk de paus bij die gelegenheid twee planken van cypressehout; de een zou dienst doen als drempel, de ander als kroonlijst van de toegangspoort tot het klooster.

Het klooster kwam tot geweldige bloei. Waarschijnlijk zelfs zozeer dat de monniken vervuld waren van trots. Immers, Aegidius tempert het enthousiasme door te voorpsellen dat het tot de grond toe zou worden verwoest.
Dat gebeurde inderdaad tijdens de invallen van de Saracenen in 720. Aegidius was toen al tachtig jaar... In de oude boeken is er sprake van dat hij door Karel Martel naar het hof in Orléans werd ontboden. Dat kan zeer wel in deze tijd geweest zijn. Deze was na zijn overwinning op Chilperik koning geworden van Neustrasië en Bourgondië, en kwam in 719 naar Orléans. In datzelfde jaar 719 drong de opperbevelhebber van de saracenen op zijn veroveringstocht door tot in Zuid-Frankrijk. Het ligt voor de hand dat Aegidius met zijn monniken zijn toevlucht zocht in het koninkrijk van de Franken, dat Karel Martel van hem hoorde en hem vroeg naar Orléans te komen.

Waarschijnlijk heeft Aegidius de Saracenen niet afgewacht. Hij kan simpelweg het voorbeeld hebben gevolgd van zijn collega Sint Romulus uit het St-Baudeliusklooster. Die vluchtten bij de nadering van de Saracenen vanuit de stad Nîmes naar Bourgondië.

Een of twee jaar later is hij waarschijnlijk weer met zijn monniken naar zijn klooster teruggekeerd. Dat zou samenvallen met de nederlaag van de Saracenen in de slag bij Toulouse in 721, waar hertog Eudo van Aquitanië als overwinnaar uit de strijd kwam. In 725 kwamen de Saracenen terug en verwoesten toen grote delen van Zuid-Frankrijk. Daarbij werd Aegidius' St-Petrusklooster geheel met de grond gelijk gemaakt, juist zoals hij voorspeld. Kort daarvoor, ergens tussen 721 en 725 moet hij op hoge leeftijd gestorven zijn.

Er bevinden zich relieken van hem in de St-Sernin te Toulouse.

Verering & Cultuur

Hij ligt begraven in de kerk die gebouwd is op de plek waar hij heeft geleefd. Daar groeide een kloostertje uit en tenslotte het plaatsje dat naar hem is genoemd: Saint-Gilles, in de nabijheid van de stad Nîmes. Saint-Gilles groeide in de middeleeuwen uit tot een druk bezocht bedevaartcentrum; het lag op de route naar Compostella. Waarschijnlijk vanwege deze verering is Egidius één van de Veertien Noodhelpers geworden; daar neemt hij een uitzonderlijke plaats in, want hij is de enige niet-martelaar onder hen.

Omdat zijn feestdag zo gunstig in het seizoen lag, was het in vele plaatsen op 1 september Sint-Gillismarkt; dat betekende een vrije dag. In Delft bijvoorbeeld was dat de dag dat deur aan deur de belasting werd opgehaald. In de eerste week van september vindt in het Vlaamse Mulken een St-Gillesbedevaart plaats.
Sint-Gillis wordt afgebeeld als eremiet in de eenzaamheid; vaak als abt; meestal met een reekoe naast zich; dikwijls klimt het dier tegen hem op om bescherming te zoeken.
Hij is patroon van Edinburgh, Graz, Heiligenstadt, Jülich, Karinthië, Klagenfurt, Neurenberg, Oschatz (ten oosten van Leipzig), Osnabrück, Saint-Gilles (Sint-Gillis, België), Saint-Gilles-du-Gard (Languedoc), Sankt Gilgen (in Oostenrijk), Sint-Gillis-bij-Dendermonde, Sint-Gilles-Waas en van Toulouse.

Daarnaast van wild waarop gejaagd wordt, van vee en bosbescherming, van jagers en boogschutters; van herders en paardenhandelaren; van slijpers en smeden; van bedelaars; van grieppatiënten, leprozen, melaatsen; van zogende moeders en huilende kinderen (Krijs-Gilles); van kreupelen.
Hij wordt aangeroepen tegen epilepsie, besmettelijke ziekten, chronische infectie, kanker, lepra, pest, spastisch lijden, waanzin en tegen echtelijke onvruchtbaarheid; storm, droogte en brandgevaar; tegen angst en ongeluk; bovendien bij geestelijke nood, schaamte en verlatenheid, voor goede biecht (hij zou Karel Martel ooit zover hebben gekregen iets beschamends toe te geven) en tegen veedieven.

Weerspreuk(en)
'Ägidius Regen
kommt gans ungelegen'[213]
[Met Sint-Gillis regen
komt heel ongelegen]

'Als 't op Sint Gillis regent,
zal het lang blijven aanhouden'[213]
'Gib auf Ägidi-Tag wohl acht,
er sagt dir was der Monat macht'[213]

[Met Sint-Gilles opgelet
de toon van 't weer voor heel de maand gezet]

'Het weer dat Sint-Gillis biedt
en eindigt in vier weken niet'[131;213]

'Is Sint Egidius heet,
't geeft schone herfst met zweet'[213]

'Is 't schoon met Sint-Egied,
tot Sint-Michiel [29 spt] regent 't niet.'

'Is 't schoon met Sint-Giel
dat zal zijn tot Sint-Michiel'[213]

'Les vents de Saint-Gilles et suivant

Repassent en fortes bises bien souvent'[282b]

[Winden met Sint-Gilles en later dagen
komen straks als noordwesters plagen]

'Regen am Ägidiustag, gibt nassen Herbst'[213]
[Regen met Sint-Gillis geeft een natte herfst]

'S'il fait beau à la Saint-Gilles,
Cela durera jusqu'à la Saint-Michel'[282b]
[Is het mooi weer met Sint-Gilles,
dan duurt dat tot Sint Michiel]

'S'il pleut à la Saint-Gilles,
C'est pour quarante jours'[282b]
[Als het regent met Sint-Gilles,
dan is 't voor veertig dagen]

'S'il pleut à la Saint-Gilles,
Les essarteurs rangent la houe au grenier.'[282b]
[Als het regent met Sint-Gilles,
bergen de landontginners de hak in de schuur]

'Sint-Egidius-weer
komt in de herfst weer'[213]

'Sint-Giel met zonneschijn,
dan zal dat nog vier weken zijn'[213]

'Sint Gilleke:
't kloske op 't spilleke;
Sint-Michiel:
't kloske op 't wiel.[131]

'Sint-Gillis verbud de unjere den achterunjere
en kort 'n stuver aan den daagloon'[213]

[Sint-Gillis verbiedt het middagdutje
en kort het dagloon met een stuiver
(= een uurloon voor één uur minder werken
wegens het korten van de dagen)

'Sint Gillis weer
houdt vier weken aan'[213]

'Wie Ägidius sich verhält
ist der ganze Herfst bestellt'[213]
[Het weer van Sint-Egied
wijkt de hele herfst niet]