5 november - Elisabeth en Zacharias

Legende
Zacharias en Elisabeth waren de vader en moeder van Johannes de Doper. Zacharias was de zoon van Barachias, van de stam van Aäron; hij was hogepriester, en deed dienst in de tempel. Zijn vrouw Elisabeth was de zus van de heilige Anna, die weer de moeder was van Maria, de Moeder Gods.

Tijdens de regeringsperiode van koning Herodes, de kindermoordenaar, was het de beurt van Zacharias voor de dienst in de tempel te Jeruzalem. Daar verscheen op het altaar een engel van de Heer, zodat Zacharias versteld stond van schrik. Maar de engel sprak tot hem: "Vrees niet, Zacharias." Hij vertelde hem, dat de gebeden van hem en zijn vrouw Elisabeth verhoord waren, en dat zijn vrouw een zoon zou baren, ondanks het feit, dat zij beiden al oud waren. Toen Zacharias twijfelde aan de woorden van de hemelse boodschapper, zei de engel tot hem: "Ik ben Gabriël, en sta voortdurend voor Gods aangezicht." Zacharias was met stomheid geslagen, en kon geen woord uitbrengen tot de geboorte van zijn zoon aan toe. Toen het eenmaal zover was, en men hem vroeg hoe het kind moest heten, moest hij zelfs om een schrijftafeltje vragen; daarop schreef hij: "Johannes moet hij heten." Op dat moment hervond hij zijn spraak, en het eerste wat hij deed was God hulde en dank brengen.

Toen enige tijd later ook Christus was geboren, liet Herodes alle kinderen van Bethlehem ter dood brengen. Hij zond dus ook manschappen op het kind van Zacharias en Elisabeth af; want hij had gehoord van de wonderlijke omstandigheden waaronder dit kind ter wereld was gekomen. Bij het zien van de soldaten nam Elisabeth Johannes in haar armen - het kind was op dat moment 18 maanden - en vluchtte haar huis uit de woestijn in naar de bergen die je in de omgeving van de stad daar hebt. Toen het tot haar doordrong in wat voor benarde positie zij door Herodes' soldaten gedreven was, schreeuwde ze tegen de bergen: "Asjeblieft, berg van God, neem deze moeder met kind in je op!" En werkelijk, de rots opende zich en verborg moeder en kind in zijn binnenste. Herodes was woedend dat Johannes niet gedood was. Hij beval dat Zacharias voor het altaar moest worden neergestoken. Diens bloed vloeide over het marmer en werd meteen zo hard als steen; daarmee bleef het voor altijd een stille getuige van Herodes' verdorvenheid.

Op de plaats waar Elisabeth met de kleine Johannes verborgen zat, opende zich de rotsbodem, waaruit een bron ontsprong. Bovendien bloeide er - door Gods wonderkracht - een palm op die heerlijke vruchten droeg. Veertig dagen na de dood van Zacharias ging ook Elisabeth de eeuwige rust binnen. Het kind Johannes echter bleef in de wildernis wonen en werd gevoed door een engel en bewaakt door Gods voorzienigheid, tot op de dag dat hij in de openbaarheid zou treden nabij de Jordaan.
[Vmc.1985/3]

Met Maria is Elisabeth patrones van de houtzagers, omdat de bewegingen die zagers maken, als zij samen een boom omzagen, in de verte lijken op de bewegingen die behoren bij de begroeting van de twee vrouwen.