AVONDGEBED 2

De dag was moeilijk en het valt mij zwaar, te danken.
0 ja, ik weet het wel, het is ondankbaar, Heer,
Gij geeft mij al zo veel, maar altijd vraag ik meer;
Ik hoor niet tot de zwaar-beladen druivenranken.

Ik draag misschien veel blad, maar schamel zijn de vruchten
en schraal en bitter is de wijn, die G'er uit perst;
(Wie U het meest behoefte, die schijnt Gij vaak het verst,
en ondoordringbaar koper schijnen soms Uw lichten-)

De dag was moeilijk, en ik kan niet goed meer denken;
Alleen maar fluisteren: -Zorg voor mij, Lieve God -
Nu ga ik slapen. 'K leg in Uwe hand mijn lot;
Wil mij, Uw dorstig kind, uit Uwe bronnen drenken.
Amen