AVONDGEBED

De dag was moeilijk en het valt mij zwaar, te danken.  
0 ja, ik weet het wet, het is ondankbaar, Heer,  
Gij geeft mij al zo veel, maar altijd vraag ik meer;
Ik hoor niet tot de zwaar-beladen druiveranken.  

Ik draag misschien veel blad, maar schamel zijn de vruchten
en schraal en bitter is de wijn, die G'er uit perst;
(Wie U het meest behoefte, die schijnt Gij vaak het verst,
en ondoordringbaar koper schijnen soms Uw lichten-)  

De dag was moeilijk, en ik kan niet goed meer denken;
Alleen maar fluisteren: -Zorg voor mij, Lieve God -
Nu ga ik slapen. 'K leg in Uwe hand mijn lot;
Wil mij, Uw dorstig kind, uit Uwe bronnen drenken. Amen  

AVONDGEBED  
Vergeef mij, God, wanneer ik and’ren heb doen dwalen.
Vergeef mij, dat ik niet verteerd word door berouw.
Vergeef mij, dat ik U de schuld geef van mijn kwalen.
Vergeef mij, dat ik Uw medicijn niet drinken wou.
Vergeef mij, God, ik ben geen levende getuige.
Vergeef mij, dat ik een onleesbaar handschrift heb.
Vergeef mij, dat ik mijn trotse hoofd zo slecht kan buigen.
Vergeef mij, dat ik zo moeilijk U mijn schuld beken.
Vergeef mij, dat mijn woorden slechts ten hemel stegen.
Vergeef mij, dat mijn hart daarbij op aarde bleef.
Vergeef mij, dat ik de liefde zocht náást Uwe wegen.
Vergeef mij, dat ik zo dikwijls zonder vreugde leef.
Vergeef mij, dat ik gebonden ben, waar Gij bevrijdde.
Vergeef mij alle zonder U gebruikte tijd.
Vergeef mij elk verdriet, waarom ik tot U niet schreide.
Vergeef mijn eenzaamheid, waar Gij toch bij mij bent altijd.
Amen